Flexwerkers 2017

Flexwerkers 2017

Op 1 januari 2015 zijn de regels voor tijdelijke arbeidscontracten, oproepcontracten en payrollcontracten gewijzigd.

Heeft u oproepkrachten in dienst of werkt u met tijdelijke contracten en wilt u meer weten over de nieuwe regels rondom flexwerkers? Neemt u dan contact met ons op. We kunnen in een persoonlijk gesprek bekijken of er op punten actie vereist is.

Hieronder vindt u de belangrijkste wijzigingen:

Nieuw: aanzegtermijn bij einde tijdelijk arbeidscontract

Sluiten werkgever en werknemer een tijdelijk contract van 6 maanden of langer af? Dan geldt de aanzegtermijn. Een aanzegtermijn houdt in dat de werkgever aangeeft of de overeenkomst na afloop wel of niet wordt voortgezet. De werkgever moet dit uiterlijk 1 maand voor het einde van het contract schriftelijk aan de werknemer laten weten. Aan te raden is om direct bij het opstellen van het arbeidscontract op te nemen dat wordt aangezegd dat de overeenkomst niet wordt voortgezet als de termijn van het contract is afgelopen.

Houdt de werkgever zich hier niet aan? Dan is hij de werknemer een vergoeding van 1 maandsalaris verschuldigd. 
Houdt de werkgever zich wel aan de aanzegplicht, maar geeft hij het te laat aan? Dan is hij een evenredige vergoeding verschuldigd. Bijvoorbeeld: is de werkgever een week te laat, dan betekent dit een vergoeding van een weeksalaris. 

Proeftijd afhankelijk van duur tijdelijk contract

Of werkgever en werknemer een proeftijd kunnen afspreken is afhankelijk van de duur van het tijdelijke contract. Vanaf 1 januari 2015 mag:

  • bij een tijdelijk contract van 6 maanden of korter geen proeftijd meer worden opgenomen;
  • bij een looptijd van meer dan 6 maanden maar minder dan 2 jaar de maximale proeftijd 1 maand zijn;
  • een langere proeftijd worden vastgesteld als de werknemer een tijdelijk contract van 2 jaar of langer krijgt. De maximale duur van de proeftijd is in dat geval 2 maanden.

Wordt een tijdelijk contract verlengd? Dan mag er in het nieuwe contract geen nieuwe proeftijd worden opgenomen. Daarop is 1 uitzondering. Er mag een proeftijd in het contract staan als aan de werknemer andere vaardigheden of verantwoordelijkheden worden gevraagd.

Concurrentiebeding en relatiebeding alleen in uitzonderlijke gevallen

Vanaf 1 januari 2015 is het niet meer mogelijk een concurrentiebeding en relatiebeding op te nemen in een tijdelijk contract.

 

Versterking rechten oproepkrachten

Veel werkgevers werken met oproepkrachten, bijvoorbeeld via een nulurencontract of een min-maxcontract
Roept de werkgever de oproepkracht op, maar kan het werk niet verricht worden? Bijvoorbeeld omdat het weer te slecht is. Of roept de werkgever de oproepkracht niet op terwijl er wel werk is? Dan heeft de werknemer recht op loon voor de uren waarvoor hij is opgeroepen of opgeroepen had kunnen worden.

Een werkgever kan in de arbeidsovereenkomst vastleggen dat in de eerste 6 maanden geen loondoorbetalingsverplichting is. Dan is de werkgever die eerste 6 maanden niet verplicht  om de werknemer loon te betalen voor de uren die na een oproep niet gewerkt zijn of waarvoor hij niet is opgeroepen. Deze periode van 6 maanden kan alleen worden verlengd als dat in een cao is geregeld.

Na 2 jaar aanspraak op vast contract

De ketenbepaling beperkt de mogelijkheden om tijdelijke contracten te verlengen (zonder dat een vast contract ontstaat). Vanaf die datum ontstaat geen vast contract als werkgever en werknemer:

  • maximaal 3 tijdelijke contracten afsluiten;
  • maximaal 2 jaar gebruik maken van elkaar opvolgende tijdelijke contracten.

Blijft een werknemer na 3 tijdelijke contracten of langer dan 2 jaar bij de werkgever werken? Dan kan de werknemer wel aanspraak maken op een vast contract.

Een reeks van tijdelijke contracten wordt doorbroken als er een periode van meer dan 6 maanden tussen ligt. 

Btw-correctie privégebruik auto van de zaak

Het privégebruik van de auto van de zaak moet u in de laatste tijdvak van het jaar aangeven onder 1 d in de aangifte Omzetbelasting. Het eenvoudigst doet u dit door 2,7% van de catalogusprijs (incl. BPM en BTW) van de auto als BTW privé gebruik aan te geven. Indien u een marge auto rijdt, u heeft dan geen BTW betaald bij de aanschaf, geeft u 1,5 % aan. Ook als uw auto al meer dan 5 jaar in gebruik is, mag u 1,5 % aangeven. 

U geeft ons bij de stukken voor het opmaken van de jaarrekening de kilometerstanden van begin en einde jaar door, plus de zakelijk gereden kilometers. Wij bekijken of het mogelijk voordeliger is om een andere berekening te maken, die we dan in de suppletie opnemen